28 jaar Nain Trading – 20% extra korting
Vier samen met ons het 28-jarig bestaan van Nain Trading en ontvang 20% extra korting op ons volledige assortiment, ook op reeds afgeprijsde vloerkleden.
Kortingscode: 28YEARS
Scheerwol is het belangrijkste materiaal in het tapijtknoopwerk. Het wordt van het levende schaap geschoren, traditioneel in het voorjaar, wanneer de wintervacht haar volledige lengte heeft bereikt. De kwaliteit van de wol hangt sterk af van de regio: schapen uit hooglandgebieden – zoals in het Iraanse Zagrosgebergte, in de Afghaanse bergen of in Oost-Anatolië – ontwikkelen door het ruige klimaat een bijzonder dichte, vetrijke wol. Het natuurlijke wolvet, lanoline, maakt de vezel soepel, vuilafstotend en uitzonderlijk slijtvast.
Een bijzondere positie neemt de zogenoemde Kurkwol in. Deze komt uit het schouder- en halsgedeelte van jonge schapen en behoort tot het fijnste wat de tapijtwereld kent: zacht, glanzend en tegelijk sterk. Perzische manufacturen, bijvoorbeeld in Nain of Isfahan, gebruiken Kurkwol voor hun meest hoogwaardige stukken.
Na het scheren doorloopt de ruwe wol meerdere bewerkingen. Eerst wordt de wol gewassen om vuil, plantenresten en overtollig vet te verwijderen – een bewust voorzichtige stap, want er moet een beetje lanoline in de vezel achterblijven. Daarna wordt de wol gekamd of gekaard, zodat de vezels parallel komen te liggen. Vervolgens wordt de wol gesponnen: van het losse vezelvlies ontstaat een doorlopende draad. In nomaden- en dorpsgebieden gebeurt dat tot op de dag van vandaag deels met de hand, met een handspil of spinnewiel. Handgesponnen wol is nooit volledig gelijkmatig – juist deze fijne dikteverschillen nemen de kleur tijdens het verven in verschillende mate op en geven het afgewerkte tapijt zijn levendige, genuanceerde oppervlak. Machinaal gesponnen wol is gelijkmatiger en wordt vooral gebruikt in manufactuurtapijten met een zeer regelmatig patroon. Beide hebben hun waarde; het karakter van het tapijt is anders.
Wat veel mensen niet weten: de zichtbare pool is maar de halve waarheid van een tapijt. Daaronder zit een geweven basis van ketting- en inslagdraden, waarin elke afzonderlijke knoop wordt vastgezet. Voor deze basis gebruiken de meeste manufacturen katoen. Dat is scheurvast, vormvast en trekt nauwelijks krom – een tapijt met een katoenen ketting ligt ook na tientallen jaren nog vlak op de vloer. De franjes aan de korte zijden van een handgeknoopt tapijt zijn trouwens niets anders dan de uiteinden van deze kettingdraden: ze worden niet aangenaaid, maar vormen een constructief onderdeel van het tapijt.
Bij nomadentapijten, zoals veel Afghaanse of Zuid-Perzische stukken, bestaat ook de ketting vaak uit wol – simpelweg omdat wol het materiaal was dat de knopers direct tot hun beschikking hadden. Zulke tapijten voelen wat zachter aan en vertellen het verhaal van hun herkomst, ver weg van de grote manufactuurcentra.
Zijde is de fijnste en kostbaarste vezel in de tapijtkunst. Ze wordt gewonnen uit de cocon van de moerbeizijdevlinder: de rups spint een draad die enkele honderden meters lang kan zijn en voorzichtig wordt afgewikkeld. Omdat zijden draden extreem dun en tegelijk zeer scheurvast zijn, maken ze een knoopdichtheid mogelijk die met wol onbereikbaar zou zijn. Zuivere zijden tapijten – beroemd zijn bijvoorbeeld de stukken uit de Iraanse stad Qom of fijne Turkse Hereke-tapijten – bereiken een detailniveau dat aan schilderkunst doet denken. Vaker dan volledig zijden tapijten zijn tapijten met zijden accenten: hierbij worden afzonderlijke motiefelementen in zijde geknoopt, die glanzend afsteken tegen de mattere wollen pool.
Een belangrijke opmerking voor kopers: niet alles wat glanst, is zijde. In de handel komen termen voor als „kunstzijde" of „zijdeglans" – daarachter schuilen meestal gemerceriseerde katoen of viscose. Deze materialen zijn niet per se slecht, maar het is geen zijde en ze zijn duidelijk minder duurzaam. Betrouwbare verkopers vermelden het materiaal nauwkeurig.
| Verfplant | Kleurtint / effect |
|---|---|
| Meekrap | De wortel van de meekrapplant levert het klassieke tapijtrood op – van warm baksteenrood tot diep wijnrood, afhankelijk van de concentratie en de leeftijd van de wortel. |
| Indigo | Uit de bladeren van de indigoplant ontstaat het beroemde blauw. Indigo geldt als een van de meest lichtechte natuurlijke kleurstoffen die er zijn – eeuwenoude tapijten laten vaak nog een verrassend krachtig blauw zien. |
| Reseda en verfkamille | Deze planten zorgen voor warme geeltinten, die ook als basis voor groen dienen – groen ontstaat traditioneel door geel over te verven met indigo. |
| Walnootschillen | De groene vruchtenschillen van de walnoot geven rijke bruintinten. |
| Granaatappelschillen | Ze leveren gele tot olijfgroene tinten op en worden in veel regio’s ook gebruikt om kleuren donkerder te maken. |
| Cochenille | De enige belangrijke dierlijke kleurstof – uit de cochenilleschildluis wordt een koel, licht violetachtig rood gewonnen, dat vooral voorkomt in fijne Perzische stadstapijten. |
| Kenmerk | Hoe herken je handwerk? |
|---|---|
| De achterkant | Bij handgeknoopte tapijten is het patroon aan de achterkant duidelijk en knoop voor knoop zichtbaar. Elke knoop is afzonderlijk te zien en het knoopbeeld is licht onregelmatig. |
| De franjes | Dit zijn de uiteinden van de kettingdraden en ze lopen vanuit het tapijt naar buiten. Aangenaaide franjes wijzen op machinaal gemaakte waar. |
| De pool | Als je het tapijt buigt, worden de afzonderlijke knopenrijen zichtbaar. Een latex- of textielcoating aan de achterkant wijst op een getuft tapijt. |
| Kleine onregelmatigheden | Lichte afwijkingen in het patroon, niet helemaal exacte symmetrie en abrash zijn tekenen van handwerk – perfecte gelijkmatigheid wijst op machinale productie. |
| Het materiaal | Echte wol voelt warm en licht vettig aan; puur synthetisch materiaal voelt glad en koel aan. Bij twijfel helpt de nauwkeurige materiaalaanduiding van een betrouwbare verkoper. |